Het Vergeten Park

Voor sommige diersoorten is het al te laat. Maar geen actie ondernemen is volgens de International Conservation Fund geen optie. Laten we samen onze iconische dieren in de meest vergeten gebieden ter wereld beschermen en herstellen.

WAT IS HET PROBLEEM?

 

Het Upemba & Kundelungu National Parks, oftewel het Vergeten Park, in het zuiden van de Democratische Republiek van Congo heeft onze eerste focus. Zoals geïllustreerd op de animatie hiernaast omvat het beschermde gebied twee nationale parken en vormt het een belangrijk onderdeel van het bredere stroomgebied van de Afrikaanse populatie olifanten, een gebied waar vroeger meer dan 100.000 olifanten doorheen trokken, leefden en zich voortplantten. In tegenstelling tot de typische tropische wouden van Congo, variëren deze leefgebieden van hoogland steppe tot hoge graslanden en savannebossen, tot ondergelopen graslanden en een netwerk van rivieren, watervallen, wetlands en galerijbossen. Nu leven hier nog maar een paar honderd olifanten en zijn de zwarte neushoorn, de leeuw en de cheeta volledig verdwenen. Samen met honderden andere diersoorten welke hier zijn verdwenen. Door de afname van een aantal soorten door bijvoorbeeld stroperij, valt het gehele bio diverse systeem ineen. Door de belangrijke soorten weer terug te brengen en goed op weg  te helpen, breng je de biodiversiteit en het leven weer terug naar zo’n gebied. Dit is essentieel voor het voortbestaan van diersoorten en voor de balans van de wereldwijde natuur.

WAT ZIJN ONZE DOELEN? 

 

  • In 2030 is illegale handel in wilde dieren gestopt. In de regio’s waar we werken in o.a. het zuiden van de Democratische Republiek van Congo zijn de natuurgebieden beter beschermd tegen overmatig gebruik. The ICF draagt actief bij aan de doelstellingen van the IUCN om wereldwijd stroperij te stoppen.
  • In 2030 is de neergaande trend van de Afrikaanse olifant, de Afrikaanse en Aziatische neushoorns, de tijger, sneeuwluipaard, reuzenpanda, ijsbeer en zeedieren in het noordpoolgebied weer een stijgende lijn, mede dankzij een gecoördineerde aanpak van the IUCN en andere partners.
  • In 2030 minimaal 30% van de belangrijkste leefgebieden beschermd, met elkaar verbonden en effectief gemanaged. Dat willen we in Tropisch Afrika (voor de bosolifant), Zuidelijk Afrika (voor de Afrikaanse olifant en neushoorns), op Sumatra (voor Aziatische neushoorns), Borneo (voor de Sumatraanse neushoorn en de orang-oetan), het Russische Verre Oosten (voor de tijger), Rusland en Mongolië (voor de sneeuwluipaard) en de Noordpool (voor de ijsbeer en zeedieren daar). The ICF zal investeren in deze verbindingen en het management van deze gebieden.
WAT DOET DE ICF OM BIODIVERSITEITSVERLIES TE VOORKOMEN?

Sinds 1970 is de populatiegrootte vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen met 68% afgenomen.
Gezamenlijk willen we het verlies van biodiversiteit een halt toeroepen en werken aan een toekomst waarin de mens in harmonie met de natuur leeft.

1

Beschermen, investeren en herstellen van leefgebieden

De ruimte waarin wilde dieren leven staat ernstig onder druk door de aanleg van landbouwgrond, wegen, steden en dorpen en de ontwikkeling van mijnbouw. Door te zorgen dat dieren in een groot natuurlijk netwerk van beschermde gebieden en bossen kunnen leven, behouden zij hun natuurlijk gedrag en blijft de natuurlijke balans gewaarborgd.

2

Tegengaan stroperij

Door rangers op te leiden en te voorzien van goede uitrusting en moderne communicatieapparatuur, bestrijden we stroperij. ICF werkt nauw samen met the IUCN NL en the FPF, waarin we samen de illegale en niet-duurzame stroperij op wilde dieren en planten bestrijden.

3

Monitoring, onderzoek en technologie

Ontwikkeling en de uitvoering van een monitoringsprogramma van wilde dieren. Eventueel bijzondere projecten met betrekking tot ecologisch herstel en soort(en)behoud kan bestaan uit herintroducties van wilde dieren, beheersing van invasieve soorten en het gewenningsproces van dieren in het wild. Het goed bijhouden van aantallen wilde dieren in specifieke gebieden geeft beter inzicht of oplossingen werken, of dat er bijgestuurd moet worden.

4

Werken aan oplossingen voor mens-dierconflicten

Naarmate er meer mensen zijn en er minder leefgebied voor wilde dieren is, komen mens en dier vaker met elkaar in conflict. ICF werkt direct en indirect met lokale gemeenschappen aan het zoeken naar oplossingen voor de problemen die ze ondervinden met wilde dieren. Dit resulteert in minder dode dieren en goede oogsten van mensen!

5

Gemeenschapsbescherming & toeristische ontwikkeling

Oprichting van manieren voor het verdelen van inkomsten die het levensonderhoud van lokale gemeenschappen verbeteren en een positieve bijdrage leveren aan de duurzame ontwikkeling binnen de regio. Daarnaast ook de beoordeling, ontwerp en ontwikkeling van toeristische activiteiten in de gebieden, inclusief infrastructuur, vergunningen, protocollen, een verdienmodel voor het park, betrokkenheid van de in -en omwonende en het beheer van natuurlijke middelen.

6

Tegengaan effecten klimaatverandering

Door belangrijke habitatten te beschermen en zelfs uit te bereiden, blijven belangrijke stukken natuur behouden welke bijdragen aan een stabiel klimaat. Grote bossen of oerwouden slaan namelijk veel CO2 op. Stopt de bescherming hiervan, dan worden deze gekapt en dan komt dit vrij. Dit versneld de opwarming en is daarmee een groot gevaar voor alle diersoorten wereldwijd, waaronder wijzelf.